Eigen haard is goud waard

We zijn er weer. De vloer staat in de olie, de auto is door de APK en de eerste ochtendoverdrachten zijn weer gevolgd. Waar de afgelopen maanden een beetje een surreëel aanvoelen door het gemak waarmee we weer in het leven hier passen; de herinneringen blijven overweldigend.

Dank voor alle leuke en passende reacties! Over enkele weken verschijnt hier een E-book waarin onze reisverhalen inclusief foto’s gebundeld zijn.

“En? Hoe was Afrika..?”

In het voorjaar van 1608 verschenen 13 schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie voor de kust van Ilha de Moҫambique. Met 337 geweren en 1840 manschappen voerde de VOC een ware aanval uit op het machtige Portugal. Dat Portugal bestuurde namelijk op dat moment grote gebieden in Oost-Afrika en hield vrijwel de gehele kust van het hedendaagse Tanzania en Mozambique onder controle vanaf dit kleine eiland voor de kust. De VOC wist het eiland weliswaar in te nemen, maar ondanks verwoede pogingen lukte het ze niet het machtige Fort São Sebastião te overmeesteren. Na 3 maanden bezetting blies de VOC gelaten de aftocht.

Wat als… Wat als het de VOC gelukt was? Lees verder…

Racen met Bromsnor

De agent in het wit gesteven overhemd heeft ons middels een ferm handgebaar naar de greppel van de dirt-road verwezen. Geroutineerd overhandigt Marijn al onze papieren; paspoorten, rijbewijs, verzekeringsbewijs en carnet de passage. Als gebruikelijk wachten we het uiterlijk vertoon af waarmee alles wordt nageplozen. Dat onze documenten in het Nederlands of in Engels zijn lijkt de uitsluitend Portugees sprekende politiemacht niet te hinderen.

Dan verschijnen de mannen in het grijs/groen aan ons raampje. Bij elke controle buigt zich niet alleen de wit geklede ‘traffic’ politie zich over onze voortgang maar zijn ook de grijs/groene mannen van de partij. Vermoedelijk dienen zij het leger, of is het marechaussee, of….? Lees verder!

Een Keulse reis met Abi en Peter Pumpkin

Als je maar lang genoeg door Afrika rijdt wordt alles gewoon. Koeien op de weg, levensgevaarlijke gaten, stalletje na stalletje met exact dezelfde waren. Je rijdt er voorbij zonder het op te merken. De zinloze praatjes met politie- en douanemedewerkers over Arjen Lobben en Luud van Nistellooij schudden we uit onze mouw. We zijn immuun voor schreeuwende kinderen langs de weg die hun hand ophouden voor sweeties en geld.

Maar juist wanneer je ‘Afrika’ net zo gewoontjes vindt als de gang naar het werk in Amsterdam, precies dan, grijpt Afrika je bij je lurven. Lees meer…

De wereld in een doosje

U kent het wel, dat gevoel. Met de grootst mogelijke moeite heb je jezelf tot aan het niveau van je knieën weten te overtuigen. Schuifelend, aarzelend. En nu sta je te wachten tot je ledematen wennen aan de temperatuur van het water, alvorens je weer een stukje verder durft. Stapje voor stapje, tot aan het randje van je zwemkleding. Daar, waar alles nou eenmaal gevoelig wordt, schuilt de grootste drempel. Nu kun je nog omdraaien, wetende dat je alleen wat huid hoeft af te drogen. Maar het textiel.. Is dat nat, dan is er geen weg meer terug. Lees verder….

Blote pielemuisjes

Eigenlijk ging het pas mis toen we in het morning report genoemd werden. Tot die tijd was het leven als dokter in Nkokonjeru best aangenaam. Aantrekkelijke werktijden, prettig klimaat, vette lunch en elke ochtend werden we rustig wakker van wat kippengescharrel, een blaffende hond en een omroepstem in de verte. Pas toen de patiëntenaantallen in de kliniek binnen het bestek van enkele dagen leken te verdrievoudigen en wij langzaam op zoek gingen naar een oorzaak, werd ons het principe van de omroeper duidelijk. Bij een gebrek aan kabel-tv, RSS feeds en nieuwsbrieven wordt het zeer lokale nieuws in Nkokonjeru elke ochtend rond 06.00u rondgeschreeuwd door het dorp, en wij waren de dagelijkse headline; Gedurende 3 weken werken 2 EXPERT Doctors from Holland in ons healthcenter. Komt allen en presenteer u klacht!!. Lees verder…

Asfalt voor mij alleen

‘En nu komt de zon, de zon komt op. En ik rij er recht op af. Asfalt voor mij alleen. De koning te rijk…’ Zoals zo vaak klinkt Acda & de Munnik door de speakers. Het is nog vroeg maar al een ongekende drukte. Ik heb Marijn achtergelaten in de kliniek en ben op weg naar downtown Kampala. De hoeveelheid weggebruikers doet denken aan de massa voetgangers op de Bloemgracht op Koninginnedag, pardon Koningsdag. Ik rijd op Jinja Road in de richting van het centrum. Het betreft een 3-baansweg, maar dit is een rekbaar begrip. Voor me wisselen de taxibusjes ontelbare keren van plek, één voor één gooien ze het roer om naar de stoeprand om er een passagier uit te werpen en in dezelfde handeling er een in te trekken. Het is de dagelijkse doelstelling van elke chauffeur om het opgelegde limiet aan passagiers (max 14 seats) tenminste te verdubbelen. Ik heb nog nooit in een betreffende matatu gezeten, maar het lijkt me nogal wat voorbereidend werk vergen om precies op het juiste moment voor de deuropening klaar te zitten voor de ejectie. Wat nou als je je kans mist, moet je dan weer achteraan aansluiten?

Links van me, daar waar eigenlijk helemaal geen asfalt meer over is, schiet de ene na de andere motor voorbij. De boda-bodas doen eveneens aan de gebruikelijke zeteloverschrijding. 3 is gemiddeld, maar 5 is eveneens haalbaar. Dat gezegd, dat is uiteraard wel afhankelijk of er niet ook net een tros bananen of een geit betaald heeft voor dezelfde rit. Aangezien ik bovenal stil sta in deze drukte word ik overmand door het gevoel dat ik ook altijd had in de rij voor de hoge duikplank in Openluchtzwembad de Warande. Goed opgevoed sta je daar je beurt af te wachten voordat je je met doodsverachting mag wagen aan een bommetje van 3 meter, schiet het ene na het andere brutale ettertje net onder ellebooghoogte voorbij. Zo glibberig snel, omdat zij nog niet zijn opgedroogd in de uren durende wachtrij.

Acda & de Munnik beginnen voor de 3e keer aan hun repertoire en ik sta nog steeds op Jinja Road. Ik heb om 09.00u een afspraak in de garage en het is nu 11.30u dus ik ben ruim op tijd. Ik sta vooraan in de rij voor het stoplicht, het is groen. Aaargh, wat lijkt het me verschrikkelijk om een stoplicht te zijn in Kampala?! Groen of rood betekent voor elke bestuurder iets anders, dus worden alle kruispunten bemand door Traffic Police, steevast een man en een hele dikke mevrouw, in een wit pakje. Meneer doet mijn kant van de weg, onze kant van de weg, want ik ben niet alleen. Terwijl het peleton boda-bodas voor me een rookgordijn optrekt zoek ik gespannen naar het verlossende handgebaar van de wetsdienaar, wetende dat als ik het mis ik door het peloton matatus achter me en mass op de bullbar zal worden genomen. De traffic police in Kampala krijgt 2 instrumenten ter ondersteuning in haar taakuitvoering. Allereerst de fluit. Niets is zo dodelijk effectief als een fluitje. Of het de judolessen van Meneer Kobben zijn geweest, of de licht ontvlambare thuisfluiter Meneer Hovius, ik weet het niet, maar bij het horen van het fluitje zit ik rechtop, geef pootjes en doe als gevraagd. En met mij de rest van Kampala, want niemand verroert een pedaal. Ten tweede beschikt de politieman over een mobiele telefoon en het is zijn plicht zijn tijd evenredig te verdelen tussen het fluitje en zijn schermpje. En omdat hij zojuist tot zweetdruppels toe heeft geblazen kijk ik nu toe, met zo’n 364 medestanders, hoe hij uiterst gewichtig zijn scharrel smst.

Het is net iets over 12-en als ik de Toyota Garage bereik, ik heb de 8,7 km in een recordtijd van 4 uur afgelegd. Met elke kilometer heb ik het equivalent van een slof sigaretten geïnhaleerd en daarmee is mijn levensverwachting aanzienlijk geslonken, maar de auto kan aan zijn beurt beginnen. Bongo, de mechaniciën waarmee ik tijdens mijn vorige bliksembezoek aan Kampala zaken heb gedaan doet de check-in van de auto. Ja die scheur in de vooras kan vandaag gelast worden, evenals het vervangen van die rubbertjes. Maar het repareren van de blower, nee sorry, daar zal ik morgen even voor terug moeten komen…

“Komt die Schoensnavel hier ook voor..?”

De lucht pakt zich samen tot een collectief van gitzwarte wolken, als een deken over het verder rustig ogende moeras. Hannington leidt ons zelfverzekerd naar een bootje waar reeds een indrukwekkend oude man het 4pk buitenboord motortje heeft aangeslingerd. We kijken wat ongerust naar boven. Maar nee, geen twijfel, hij kent het moeras op zijn duimpje, en als het daar donker is – wijzend naar links -, dan regent het alléén daar – wijzend naar rechts – . En wij gaan rechtdoor – wijzend rechtdoor – .

Wie de BBC documentaire Africa heeft gezien stuit in Aflevering 2 (Savannah, 15min35sec) op een onooglijke creatie. Lees verder…

The Peace Academy

Kort daarvoor probeerde hij ons al middels groot licht iets duidelijk te maken, maar nu rijdt de chauffeur van de witte Toyota ons hoofdschuddend voorbij. Met zijn hand uit het raam laat hij zijn wijsvinger rondjes draaien in de lucht; omdraaien! Enkele van zijn volgers doen hetzelfde en we besluiten in het volgende dorpje maar eens om uitleg te vragen. In een mengelmoes van Engels/Frans en een heleboel inheemse talen begrijpen we dat de brug verderop is ingestort en dat er geen alternatieven zijn. We zullen 4 uur terug moeten hobbelen. Lees meer…

But then toch niet